

Die dag was een extreem productieve dag op kantoor. Met behulp van AI had ik meer code geproduceerd dan ik 5 jaar geleden in een week deed. Ik was ‘efficiënter’ dan ooit. Maar terwijl ik daar op de baan stond, besefte ik wat ik eigenlijk al langer voelde: mijn brein was niet meegegroeid met de snelheid van mijn output. Ik had dagen aan denkwerk in een paar uur gepropt en de rekening werd nu gepresenteerd.
Die avond op de baan was een wake-upcall. We gaan met AI 5x sneller, maar dat betekent ook iets voor ons brein.
De dood van de ‘suddertijd’
Het probleem zit in wat ik de ‘suddertijd’ noem. Vroeger, als ik als developer een ingewikkeld probleem oploste, was ik urenlang handmatig aan het typen, debuggen en herschrijven. Dat voelde soms traag, maar die traagheid had een belangrijke functie. Het was de tijd waarin de informatie van mijn kortetermijngeheugen naar mijn langetermijngeheugen sijpelde. Het was het sudderen van de logica in mijn achterhoofd. Zelfs als ik ’s avonds in de auto zat, sudderde die informatie rustig door. De volgende dag had ik weer een frisse blik en wist ik zo een vernieuwende oplossing te maken.
Met AI is de natuurlijke rem er volledig vanaf. Het proces is nu: prompt invoeren, blok met code ontvangen, kort scannen of het werkt en door naar de volgende taak. De suddertijd wordt overgeslagen ten gunste van het resultaat. Het effect is dat je aan het einde van de dag een enorme berg werk hebt verzet, zonder dat je hersenen ook maar iets hebben opgeslagen. Terwijl ze wél veel werk hebben verzet.
De regisseursrol vreet meer energie dan je denkt
Er wordt vaak gezegd dat AI ons werk makkelijker maakt, omdat we minder saaie regels code hoeven te typen. Maar eigenlijk is de belasting verschoven van 'doen' naar 'beoordelen'. Dit dwingt developers in een nieuwe, mentaal veel zwaardere rol: die van de regisseur.
Als een AI-model in drie seconden een oplossing genereert, ontbreekt het fundament van het denkproces dat er normaal aan vooraf ging. We worden gedwongen in een staat van constante hoogspanning; een soort hoogintensieve review-stand die nooit verslapt. Is dit veilig? Sluit dit aan bij de rest van de architectuur? Begrijp ik écht wat hier staat, of vertrouw ik blind op de suggestie?
Die constante staat van wantrouwen vreet energie. Het is het verschil tussen een vertrouwde wandeling maken door het bos (ontspannend en je ziet alles), of vanuit een straaljager op topsnelheid moeten controleren of elke boom op de juiste plek staat. Je gaat sneller, maar de focus die nodig is om geen brokken te maken is slopend. Je wint tijd aan de voorkant, maar je betaalt die direct terug met je mentale batterij.
Waarom afremmen soms de slimste strategie is
Maar hoe gaan we hier als developers dan mee om zonder op te branden? Wat mij betreft moeten we als sector de definitie van een ‘productieve dag’ herzien. We moeten accepteren dat een werkdag waarin je intensief met AI-regie bezig bent, mentaal korter is dan een traditionele dag code schrijven. Je kunt simpelweg geen acht uur per dag in die hyper-gefocusde modus staan zonder dat je kwaliteit inlevert.
Wat wel werkt, is je denkwerk anders indelen. Ik bouw nu bewust blokken in om niet alleen op detailniveau te reviewen, maar ook op strategisch niveau na te denken:
- De koers bepalen: waar gaan we met dit project naartoe?
- Architectuur-keuzes: welke oplossing past bij dit probleem?
- Coaching: andere developers begeleiden in hun proces.
Doordat je in deze uren een helikopterblik aanneemt, hoef je minder in de vermoeiende details te duiken. Je hoeft niet altijd op het scherpst van de snede te werken om toch enorme waarde te leveren. Sinds ik dit combineer, merk ik dat ik aan het einde van de dag weer energie overhoud voor een potje tennis.
Een perfecte prompt als nieuwe suddertijd
Een andere methode die me helpt, is meer tijd steken in een betere prompt. De verleiding is groot om snel iets in te tikken, te kijken wat eruit komt en dan eindeloos te gaan bijschaven. Maar juist dat 'gepingpong' met de AI kost bergen energie.
Ik doe het nu anders. Ik denk soms wel 20 tot 30 minuten na voor één enkele prompt. In het begin voelde dat onwennig, ik zit immers 'niets te doen' achter mijn scherm. Maar wat blijkt: door die tijd te nemen, dwing ik mezelf om het probleem eerst volledig in mijn eigen hoofd op te lossen. Ik herintroduceer de suddertijd aan de voorkant van het proces. Het resultaat is niet alleen een betere output van de AI, maar ook een rustiger hoofd, omdat ik de regie heb genomen in plaats van de machine te laten gokken.
De mens als belangrijkste filter
De les is simpel. Die menselijke traagheid is geen bug die we met AI steeds verder moeten wegpoetsen, maar juist het filter dat bepaalt of software goed of fout is. AI wint het altijd op snelheid, maar heeft geen idee waarom we bouwen wat we bouwen.
Echte expertise in het AI-tijdperk zit daarom niet in hoe snel je een prompt kunt typen, maar in het vermogen om de regie te houden. Om te snappen wat je maakt, waarom je het maakt en wanneer je moet ingrijpen. Want als we niet oppassen, eindigen we in een wereld waarin we alleen nog maar lijntjes trekken tussen systemen die we zelf niet meer begrijpen.
Door die suddertijd bewust te beschermen en onze mentale batterij serieus te nemen, blijven we doen waar we als mensen wél het verschil maken. Richting geven. Keuzes maken. Aan de rem trekken als het moet.
In een wereld die dankzij AI steeds harder gaat, is een scherp, uitgerust menselijk oordeel geen luxe. Het is je belangrijkste concurrentievoordeel.






